The Biggest Issue
Wednesday 12-05-2010 8:44 door Meindert Jan Boekel [1 reacties]
» Meer afbeeldingen
Met afstand het grootste probleem voor de meeste amateurgolfers is balcontact. De controle over het laagste van de swing dus.
Zoals vorige week reeds gemeld, vormen ook afstand en richting een probleem, maar zijn zeker niet nummer 1 op de lijst. Getopte ballen, dikke plaggen die niet in de buurt van de bal zijn en het een werkt automatisch het ander in de hand. Je hoeft maar 1 keer te vroeg in de grond te slaan om daarna drie weken de grond helemaal niet meer te raken en al ‘hazennaaiend’ de baan door te gaan. Zo werken onze hersens helaas..
Ik zie dagelijks veel swings waarbij de speler (onbewust) een loopje neemt met de natuurwetten en geometrie. Het lichaam beweegt van rechts naar links, op en neer, armen buigen, polsen flippen.. Allemaal zaken die nou niet echt bijdragen aan goed balcontact, omdat ze de beweging te complex maken voor de gemiddelde golfer, maar ook voor de betere golfer. Nou is de golfswing ook complex, wetenschappers noemen het niet voor niets een ‘chaotische’ beweging, maar je kunt het ook onnodig moeilijk maken natuurlijk.
Slecht balcontact wordt door twee simpele problemen veroorzaakt, namelijk:
1. De as waar we omheen draaien beweegt teveel, waardoor deze niet meer goed als as functioneert en het laagste punt continu verschuift. Het is dan net of je een bewegende bal probeert te raken.
2. De polsen (en vooral de rechter) strekken te vroeg, waardoor de cirkel waarin de club beweegt te vroeg wordt doorbroken en dus eerst de grond word geraakt. In simpele taal heet dat lepelen.
De ruggengraat
Met betrekking tot de as, de ruggengraat, zouden we het liefste zien dat deze in de backswing op de plaats blijft (foto’s 1 en 2) Een gewichtsverplaatsing naar rechts verplaatst alleen maar het laagste punt van de swing naar rechts, waarna het weer naar links verplaatst moet worden om de bal goed te raken. De praktijk leert dat 99,9% van alle golfers dat niet kunnen timen.
Doordat het hoofd ‘stil’ blijft, kunnen de schouders mooi in een diagonale cirkel bewegen (foto’s 3 en 4) en zal dat ook meer voor de club gelden. Daardoor valt het laagste punt goed te controleren.
De flying wedges
Daarnaast zou het ook bepaald fijn zijn als de handen op impact vóór de bal zijn en niet er boven of er achter. Dat laatste houdt namelijk in dat de cirkel te vroeg wordt doorbroken en de club alweer omhoog gaat (en dus te vroeg de grond raakt of deze helemaal niet raakt)
Welke eerst?
Van deze twee is het gewicht en het wel of niet verplaatsen daarvan het eenvoudigst te controleren. In simpele taal: op je plek blijven in de backswing en je gewicht naar voren verplaatsen in je downswing.
Nou hoor ik meteen een hoop mensen denken: “ja eh, dat probeer ik al jaren, maar ik ben gewoon niet flexibel genoeg!!”. Wees gerust, dat is niet waar, in het volgende blog ga ik je uitleggen welke bewegingen je moet maken om je rug op de plek te houden terwijl je schouders toch in een cirkel draaien. De buiging van de ruggengraat verandert namelijk wel degelijk en je hoeft er nou niet echt superlenig voor te zijn.
Realiseer je daarnaast dat de eerder vermeldde elementen ook van belang zijn bij chippen en pitchen, slagen die voor je score misschien nog wel meer van belang zijn dan alleen maar goed swingen. Dat is dan ook een goed startpunt om met de informatie aan de slag te gaan.
Opdracht van de week: Maak veel halve en driekwart swings met korte ijzers, zowel oefenswings als swings met bal. In beide gevallen dien je altijd de grond te raken en als je vanaf gras kan trainen is dat helemaal mooi. Divots please!
Een simpele en nuttige shortcut daarbij: zorg dat je gewicht iets meer op je voorste voet is (55%) en zorg vooral ook dat je ruggengraat zo haaks mogelijk aan de grond is.
Heb je vragen over deze tip van Meindert Jan? Stel ze gerust in de comments!
Reacties
Nicole - op 12-05-2010, 10:15
Mooi en nuttig stuk!