De zoektocht naar handicap 18 - Deel XII
Monday 17-05-2010 21:15 door Andre Holt [3 reacties]
Ik denk dat er geen sport is waarin de mate van bedrevenheid zo bepalend is voor de wijze waarop je het spel benadert en ervaart als bij golf. Daarnaast benadert iedereen de sport weer anders wat ook een enorme variatie aan verschillende speelstijlen op levert.
Als beginnend golfer sta je heel anders op de teebox dan een ervaren speler met een lage handicap. Eigenlijk is je enige doel de bal een beetje fatsoenlijk ergens op de baan laten landen. Na iedere slag bepaal je op basis van het resultaat van je slag wat je nu weer eens gaat of moet doen. Naar mate de green dichterbij komt wordt het allemaal iets gerichter, maar niet zelden laat de techniek je in de steek en moet je weer improviseren.
Improviseren is het sleutelwoord in deze. Natuurlijk is er de goede raad van je pro, uit tijdschriften en van medespelers, maar 9 van de 10 keer komt de bal niet terecht waar je hem had gewild. Dat kan ook niet anders want je moet het spel nog onder de knie krijgen. Want ook al was je een hele piet op de drivingrange, in de baan is het toch allemaal weer anders.
Gras in de rough voelt toch anders aan dan zo’n matje en in de grond slaan geeft een ander gevoel dan te vroeg op het matje terecht komen. Ook zijn er de onvermijdelijke misslagen, ballen die maar 10 meter verder rollen nadat ze verkeerd geraakt zijn. Dan hebben we het nog niet over de keren dat je gewoon de bal helemaal niet raakt. Door de grond zakken is dan de wens, alleen geeft dat weer problemen met de greenkeeper.
Het “sorry ik begin net” gezicht is dan alles wat rest. Gelukkig zijn golfers over het algemeen vriendelijke en geduldige mensen. Niet te beroerd om je tijdens of na de ronde een hart onder de riem te steken met goed raad en bemoedigende opmerkingen. Al kan de soms wat vilein gestelde vraag “ben je nog aan het lessen” duiden op enige ergernis ten aanzien van jouw gemodder.
Deze fase is van toepassing op gewone stervelingen, natuurtalenten die binnen één seizoen op een handicap rondom 10 zitten slaan dit stadium over. Terwijl anderen dit stadium nooit ontgroeien. Zeker nu er steeds meer golfers bij komen die maar een handvol keren per jaar spelen groeit deze groep. Is je medespeler wanhopig en tevergeefs bezig om de bal fatsoenlijk uit de rough te slaan, bedenk dan altijd; “zo ben ik zelf ook ooit eens begonnen”.
Uiteindelijk krijg je het steeds beter onder de knie en speel je goed genoeg om de status van hoge handicapper te bereiken. Je score is nu echt een factor van betekenis geworden. Speel ik binnen de buffer of kan ik mijn handicap verbeteren, je raakt iets van je onbevangenheid kwijt. Aan de andere kant, op bijna alle holes heb je twee slagen mee, dus je kan je nog wat missers veroorloven.
Vanwege de wisselvalligheid die je spel typeert is stableford je favoriete spelvorm, zelfs met een paar strepen op de kaart kan je nog een redelijke score binnen brengen. Dit geeft een bepaalde rust en na een misser is er niet direct paniek. Je kan het meestal toch wel weer rechtbreien. In deze fase is het vermijden van fouten de snelste weg naar handicapverbetering. Er is iets van een gameplan of beter gezegd een voorbeeld uit het verleden toen je het goed deed op de betreffende hole. Eigenlijk weet je nog niet goed waarom het toen goed ging, maar toch je hebt iets van een doel.
Na een aantal keren je handicap verbeterd te hebben, gaat het op een bepaald moment niet zo makkelijk meer. Je hikt eigenlijk tegen een soort grens aan en dat klopt ook. Het is mijn ervaring dat handicapverbetering niet iets van een geleidelijk proces. Het gaat met horten en stoten. Ben je eenmaal door een bepaalde grens heen dan gaat het opeens hard en daalt je handicap gelijk met een aantal punten. Dat komt omdat je anders gaat spelen. Verder slaan, rechter slaan, beter chippen, beter putten, minder fouten maken of juist meer risico nemen of honderd andere redenen. Je speelt op opeens een ander spelletje.
Aangekomen op het niveau van een bogey speler, ziet de wereld er weer anders uit. Je beheerst het spel goed genoeg om op iedere hole bogey te spelen en je pakt ook hier een daar een par mee. Een paar keer per jaar kan je een birdie op de kaart noteren, iets waar je veel genoegen uit kan halen.
Aan de andere kant iedere fout is er één te veel en veel ruimte om missers te compenseren is er niet meer. Dit brengt een heel ander soort druk met zich mee. Zo speelde ik ooit met iemand, die na iedere gemiste afslag of andere hele of halve misser (tussen bomen, zwaar in de rough etc.) uitriep: “dat kost me een slag”. Nou als je dat roept dan gebeurt dat ook.
Op ieder niveau speelt een baan ook weer anders. Vaak zijn banen ontworpen vanuit het oogpunt van de par. Dit betekent onder andere dat hindernissen zich bevinden in dat gedeelte van de baan, waar spelers de bal slaan als ze de green in regulation willen halen. Zij moeten dan rekening houden met deze hindernissen en deze komen nadrukkelijk in beeld op het moment dat ze de bal niet helemaal goed slaan.
Voor een iemand met een hoge handicap, die een slag meer gebruikt om naar de green te komen, zijn deze hindernissen vaak geen factor van betekenis. Dit geldt dan met name voor de hindernissen door de baan heen en niet voor green side bunkers en listig ontworpen waterpartijen voor de green.
Op mijn home course Hitland zijn daardoor de holes met stroke index 1 en 2, voor mij persoonlijk niet de moeilijkste holes. Mede door het feit dat ik op deze holes nog 2 slagen meekrijg, speel ik deze steevast in drie slagen naar de green. Hierdoor blijven de meeste hindernissen buiten beeld en ervaar ik niet de problemen van een lage handicapper.
Het ontbreken van de druk van het niet mogen maken van missers, zorgt er voor dat deze holes juist vaak goed lopen en dat je er met een goede bogey vanaf komt. Toch weer goed voor een slag winst ten opzichte van de handicap.
Is er op het niveau van een bogey speler nog enige ruimte om te compenseren, lage handicappers hebben dat bijna niet meer en bij de professionals wordt iedere foutje direct genadeloos afgestraft. Natuurlijk de handicap weerspiegelt de sterkte van een speler en hij beheerst het spelletje en de techniek beter, maar je moet het wel elke keer weer laten zien en de marge voor wat we missers noemen wordt steeds kleiner. Vandaar de bewondering voor de jongens op de tour en dan vooral de wijze waarop zij met de druk omgaan. Bij hun is par zelfs vaak niet voldoende, want je hebt birdies nodig om mee te doen voor de prijzen.
Zelf heb ik donderdag, zaterdag en zondag 18 holes gelopen. Twee wedstrijden en één fun rondje tijdens een weerzien met de groep van de masterclass van vorig jaar. Op Hemelvaartsdag een redelijke ronde gelopen, chippen en putten stonden een echt goede score in de weg.
Zaterdag was het dramatisch slecht. Zo slecht dat ik na de ronde direct contact heb gehad met mijn pro. Zoals altijd was één simpele aanwijzing genoeg om de problemen met de swing te verhelpen. Nog wat ballen geslagen om het juiste gevoel weer terug te krijgen. Kan het iedereen aanbevelen om, zeker na zo’n ronde, de drivingrange op te zoeken om even het goede gevoel weer terug te krijgen. Rik bedankt voor je belangstelling en hulp.
Dus in vier dagen heb ik voor mij gevoel ook weer alle stadia van het golferschap doorlopen. Op zaterdag voelde ik mij tijd en wijle weer een “absolute beginner”* en dat was een kl….. gevoel.
(* overigens wel een goed nummer van één van mijn favoriete artiesten, David Bowie)
Kun je je vinden in de opmerkingen van André? Of misschien helemaal niet? Deel je reactie in de comments!
Reacties
Bert-Jan - op 07-08-2010, 21:04
Dag André,
Mmmm... ben bang dat het klopt wat je schrijft. Ben sinds enkele weken met m'n handicap gezakt van 34 naar 28,5. En dat speelt even minder ontspannen; er is een andere/ nieuwe druk ontstaan in mijn spel. Ik moet daar wel even aan wennen. Het is lastiger te recupereren na een streep op de kaart bij een hole. En als er dan nog een streep volgt....
Nicole - op 18-05-2010, 12:51
Leuk stuk André! Ik voel me ook nog met regelmaat een beginneling. Afgelopen weekend voor het eerst weer over 9 holes m'n punten geteld, dat waren er 14, dus ik speelde nu nog slechter dan vorig jaar om deze tijd, toen ik voor het eerst m'n kaarten inleverde. Op zich een treurige ontwikkeling. Maar aan de andere kant zie ik nu wel dat ik me op weg naar de green meestal wel aardig kan redden.
Natuurlijk sla ik wel eens een bal helemaal de verkeerde kant op of over de grond of van bunker naar bunker, maar ik denk uiteindelijk dat ik de meeste slagen kan pakken als ik niet meer zo lomp aan het chippen en putten ben.
Dat is mijns inziens ook wel een fase waar je doorheen moet, op een gegeven moment gaan die extra putts gewoon hard meetellen.
Anders - op 18-05-2010, 10:20
Goed stuk André! Ik denk dat je treffend beschrijft welke ontwikkelingen een golfer doormaakt.
Heb nog een aanvullende opmerking bij mensen die de "ben je nog aan het lessen?" vraag stellen. Mensen die zo denken zijn zelf degenen die verkeerd bezig zijn. Veel te veel mensen denken dat je op een gegeven moment uitgelest bent en dat je het daarna allemaal wel kan.
Niks is minder waar, in mijn optiek ben je nooit uitgelest. Alle, maar dan ook echt alle topgolfers nemen ondanks hun ongekend hoge niveau nog gewoon lessen. En als zelfs die spelers nog lessen, wie zijn de spelers met handicap 15 dan om te denken dat zij wel zonder kunnen?