Je zou verwachten dat er in de golfsport in ieder geval overeenstemming is over het meest essentiële, namelijk hoe de bal aan zijn vlucht komt. Helaas blijkt dat nog steeds een illusie en dat is natuurlijk vreemd.
Op de vraag wat de bal zijn startrichting geeft zijn twee antwoorden mogelijk: 1. de zwaaibaan of 2. het clubblad. Slechts één van deze twee kan correct zijn en afhankelijk van het antwoord gaat de sport twee verschillende richtingen op.
De praktijk wijst uit dat tot nu toe de overgrote deel van de golfpopulatie uit slicers bestaat, waarbij de betere slicers de schade hebben weten te beperken tot een ‘fade’. En ondanks het excessief rollen van de armen (waarmee je het blad opent en sluit) en een forse weightshift (waarmee je van de bal een bewegend doel maakt), door veel van mijn collega’s nog steeds voorgeschreven, is daar in de laatste honderd jaar weinig aan veranderd.
Klopt golfinstructie niet? Of ligt de fout in de vooraannames?
De ‘klassieke’ theorie, zoals ook vermeld in het PGA Teaching Manual van Dr.Gary Wiren, is dat de swingbaan de startrichting bepaalt en het clubblad de spin levert. Voor deze theorie is echter geen enkel wetenschappelijk bewijs en onderzoek naar de materie leverde al eind jaren zestig van de vorige eeuw een tegenovergesteld resultaat op: namelijk dat het clubblad voor circa 85% verantwoordelijk is voor de vertrekrichting en de spin veroorzaakt wordt door de baan waarin de club beweegt. Dat een blad dat gesloten staat aan de zwaaibaan een draw levert (de bal draait van rechts naar links) geldt voor beide theorieën.
“Nou, dan is er toch niets aan de hand?” zal je denken, maar dit is wel de basis van alle ellende. Als het goed gaat is er namelijk niet aan de hand, maar..
Tip van ‘s werelds beste golfers
..als je een boom voor je neus hebt en de vlag staat achter de boom: Mik je blad op je doel en lijn op in de richting waarin je wilt starten en swing langs de lijn van je voeten. De oplettende lezer weet inmiddels wat er gaat gebeuren.. Mocht je nog twijfelen, dan biedt onderstaand filmpje uitkomst:
Nog eentje dan, veel gezien op de Tour: de speler moet zijn approach naar de green slaan maar links van de green is water. Zeker als de speler van nature een draw slaat is dit een probleem, aangezien de speler bang is voor een hook, een bal die teveel draait ( ik geef in dit geval de voorkeur aan de term ‘over-draw’ ). De speler zal de natuurlijke behoefte voelen om van het water af te swingen, met als gevolg dat de bal juist teveel curve zal krijgen. Plons en tranendal tot gevolg.
De logische vraag is waarom er twee ‘stromingen’ zijn en ik kan daar moeilijk een antwoord op bedenken. Ik kan alleen zeggen dat ik opgevoed ben met de verkeerde theorie en blij ben dat ik inmiddels alweer een tijdje beter weet.
Ik kan nog wel even doorgaan, maar dan zou ik jullie gaan vervelen. Jullie weten nog dat ik in mijn introductie-blog de opdracht gaf te meten en weten. Dat gaat steeds beter van pas komen.
Om op basis van balvlucht-analyse ook maar enige kans te willen maken om je swing ten goede aan te passen, zal je vrij exact de twee variabelen moeten kunnen meten/waarnemen en de verhouding moeten kunnen inzien. Vertrekt de bal naar links, rechtdoor of naar rechts? Draait de bal van links naar rechts, is er geen curve of draait de bal van rechts naar links?
Voor de speler is dit soms slecht waar te nemen, dus dat is een probleem. Je hebt hulp nodig, van een golfmaatje, pro of beter nog, een radarsysteem als Trackman of Kudu.
Welke consequenties heeft dit nou voor de swing? Het wordt weer even wat ingewikkelder (zie ook de afbeeldingen):
1. Het laagste punt van je swing zit ter hoogte van je linkeroksel. Het is niet verstandig de bal daar links van de te leggen, dan zou je de bal in de opzwaai gaan raken en we willen hem tenslotte neerwaarts raken.
2. Dat is tevens het buitenste punt van de swingcirkel, het punt waar de swing raakt aan de doellijn.
3. Het zou dus logisch zijn om bal voor dat punt te plaatsen om de bal in de neerzwaai te raken. Het is dan net zo logisch dat de bal drawspin krijgt, omdat je de bal op de boog van binnen raakt. Je zal de bal rechts van het doel moeten starten om geen hook te slaan, het blad moet dus een fractie open.
4. Het heeft de voorkeur om in een controleerbare cirkel te swingen en niet excessief van binnen naar buiten, zoals ook vaak voorgeschreven. Het blad op je doel zetten wil je al helemaal vermijden.
Geometrie en natuurwetten dicteren dus dat een draw vanzelfsprekend zou moeten zijn, en dat is het ook mits de schouders in een diagonale cirkel bewegen en de armen zonder overrotatie volgen. U leest het goed, een draw dus. Die vermaledijde balvlucht die maar niemand voor elkaar krijgt.
Meindert Jan Boekel is Golfprofessional sinds 1996 en aanhanger van de Stack en Tilt methodiek. Daarnaast speelt hij al jaren de toernooien van de PGA Holland Tour. In zijn bijdragen zal hij vanuit zijn visie proberen de bezoekers van Golfvisie een stap verder te helpen met hun golfspel.
Reacties